Man op reis in Nieuw-Zeeland: dagkamer

29 juni 2018 door

Mijn opvoeding bestond, achteraf gezien, vooral uit lessen in discussiëren. Met een vader die er genoegen in schepte om altijd een radicaal ander standpunt in te nemen dan zijn gesprekspartner. Subtiel of nietsontziend, dat lag aan zijn bui. Niet zelden was ik die gesprekspartner. Wat heb ik vaak op mijn tong moeten bijten als mijn vader op mijn opmerking, idee of iets dat leek op een mening, tegen wierp dat het allemaal wel zo zou kunnen zijn, maar…

Ik moet aan hem denken terwijl ik op een reusachtig bed lig, in een suite van een vliegveld hotel in Hongkong dat Regal heet. Het bed staat op een entresol. Als ik opzit kijk ik uit op de smetteloze kamer onder me. Daar zullen een witte bank, een eettafel, een keuken en een werkgedeelte nagenoeg onaangetast blijven.

Dit is mijn dagkamer. Een vondst die mijn dertien uur in dit deel van China zo aangenaam mogelijk zal overbruggen. Een stopover zonder overnachting, maar met regendouche en spabehandeling. Precies halverwege Amsterdam en Auckland.

Bijzonder, zou ik mijn vader verteld hebben, zo’n lange reis in tweeën. En dan de bestemming: een land waaraan mijn herinneringen eerder kwamen dan ikzelf. Mijn zus beviel er een kwarteeuw geleden van mijn nichtje, dat haar Nieuw-Zeelandse paspoort hield. In het dorpshuis van Rainbow Valley – alleen die naam al.

Ik vlieg een magische bestemming tegemoet, zou ik tegen mijn vader gezegd hebben. Een land waarin ook onze familieziel huist. En dan zou hij op enig moment zijn keel schrapen en droog zeggen: “Maar het ligt vooral verrekte ver weg.”

Mijn lieve tegendraadse vader die het altijd beter wist. Hij zou mijn enthousiasme niet hebben willen verminken, maar slechts het voor hem noodzakelijke, rationele tegenwicht willen leveren als zijn zoon de romantiek al te veel zou vieren.

En, lig ik hier te denken, hij zou in dit geval natuurlijk ook gelijk hebben. Nieuw-Zeeland is een bucketlist land, een droombestemming in de meest letterlijke zin van het woord. Maar situeer het land in Europa en de magie zou deels verdwijnen. Het is een land dat door het eindeloze vliegen veroverd wil worden. Zijn welhaast mythische status onder wereldreizigers ontleent het, voor een niet onbelangrijk deel, juist aan die afstand aan het andere eind van de Nederlandse wereld. Een land dat een dagkamer nodig heeft.

Terwijl ik mezelf wakker schud en mijn kamerjas aantrek – de masseur wacht – denk ik een laatste keer aan mijn vader. Hij had zijn tickets al geboekt om mijn zus te bezoeken voor haar bevalling, toen zijn oncoloog hem het catastrofale nieuws vertelde. Het was nog voor het mobiele tijdperk, mijn zus stond hoogzwanger tevergeefs op het vliegveldje van Nelson op haar vader te wachten.

Ja papa, het is verrekte ver. Maar de moeite waard, dat weet ik halverwege al. Deze reis maak ik ook voor jou.

Onno Aerden is als schrijver en columnist onder meer verbonden aan het Financieel Dagblad en Big Black Book. Voor TravelEssence reist hij naar Australië en Nieuw-Zeeland om in zijn persoonlijke, licht verwonderende stijl, verslag te doen van zijn ervaringen.