Man op reis in Nieuw-Zeeland: even jagen | TravelEssence

Man op reis in Nieuw-Zeeland: even jagen

24 augustus 2018 door

Bert monstert zijn bezoek en weet meteen wat voor vlees hij in de kuip heeft. “Zeker nog nooit geschoten?” Ik knik. De jacht zit niet per se in mijn bloed. Dat is hier, bij de mensen in Peel Forest, wel anders.

We staan op het leistenen terras van de lodge die Bert en zijn vrouw hebben gebouwd, pal naast een hertenfarm met sappige groene weilanden aan de ene kant en een subtropisch bos aan de andere kant.

Bert en Penny van Peel Forest Lodge in Nieuw-Zeeland Bert en zijn vrouw van Peel Forest Lodge

Bert jaagt al dertig jaar en vanavond laat hij voor het diner – dat zal bestaan uit zelf geschoten wild – zien hoe hij dat doet. We stappen in de Land Cruiser en bij het vallen van de duisternis trekken we erop uit, weg van de lodge, de weg op. Langzaam rijden we voort terwijl de bestuurder met een verrekijker het land bespiedt. Na een tijdje gaat hij staan, een been bungelt nonchalant uit de deuropening, een hand is stevig om het stuur geklemd, de andere hanteert een zoeker die een felle lichtbundel over het groen werpt.

Met een zoeklicht op zoek naar wild in Nieuw-Zeeland Met een zoeklicht op zoek naar wild

Ik vraag mijn gastheer of zijn gasten speciaal voor de jacht komen. Uiteraard. Van over de hele wereld komen ze, laatst nog een Japanner, die ging helemaal uit zijn dak. Maar het zijn vooral Amerikanen die per auto of te paard het weidse achterland van de Nieuw-Zeelandse oostkust komen verkennen, geweer in de aanslag.

Op jacht, ik moet daar toch aan wennen. Maar het is niet wat je denkt, zegt Bert. “Allereerst: hoe denk je dat je vlees op je bord komt?” Maar er is een wezenlijker reden voor de jacht dan bewustwording: “Dit land is een ecologisch experiment sinds de eerste Europeaan hier in 1769 aankwam. In het voetspoor van die eerste westerling, kapitein Cook, brachten schippers honderden planten- en diersoorten mee, die werden gewoon losgelaten op onze ongerepte eilanden. Het resultaat: een enorme wildgroei. Vooral possums – buidelratten – en herten vraten alles op wat ze tegenkwamen: zaden, vogels, de jonge bladeren van bomen. Zonder natuurlijke vijanden werden ze een plaag. En dat zijn ze nog steeds. De overheid staat toe dat mensen deze buidelratten, maar ook andere wilde dieren die schade aanbrengen, elimineren om het ecosysteem te beschermen. Er zijn drie manieren: in de klem vangen, vergiftigen of bejagen.”

Bert van Peel Lodge Forest leert Andrew schieten

Ik denk aan de Oostvaardersplassen in eigen land. En aan de herten die massaal tuinen leegeten in Zandvoort en Overveen. Werden daar niet zevenduizend afgeschoten dit jaar? Zo gek is dat jagen niet, uiteindelijk. Voor de buidelratten geldt intussen: elke huid is geld waard. Van de wol wordt geweldige kleding gemaakt, zegt Bert: “Heb je weleens buidelratwollensokken aan gehad?” Ik schud mijn hoofd en voel onwillekeurig dat ik iets mis.

Onze tocht levert niks op. Na het diner trek ik me terug bij het haardvuur, terwijl mijn reisgenoten opnieuw het land intrekken, met auto, geweren en een enorm zoeklicht. De volgende ochtend zie ik zeven buidelratten in de achterbak van de Land Cruiser liggen. Uit alle macht probeer ik er sokken in te zien.

Onno Aerden is als schrijver en columnist onder meer verbonden aan het Financieel Dagblad en Big Black Book. Voor TravelEssence reist hij naar Australië en Nieuw-Zeeland om in zijn persoonlijke, licht verwonderende stijl, verslag te doen van zijn ervaringen.