Arthur’s Pass National Park

Het nationale park Arthur’s Pass is onderdeel van de Zuidelijke Alpen, een langgerekte bergketen op het Zuidereiland. Het is met een oppervlakte van 1170 vierkante kilometer het op vijf na grootste nationale park van Nieuw-Zeeland, vernoemd naar Arthur Dudley Dobson die in 1864 een oude trekroute van de Maori in kaart heeft gebracht en met grote verschillen op geologisch en klimatologisch gebied. Aan de westkant van de bergen, waar veel regen valt, is het land overdekt met regenwoud; de drogere oostkant heeft beukenbossen en uitgestrekte, met gras bedekte vlakten. Zestien bergtoppen in het park zijn hoger dan 2000 meter met als hoogste top Mount Rolleston (2271 meter). Er zijn dalen, bergpassen, watervallen en rivieren en er komen veel bijzondere planten- en diersoorten voor. Vooral vogelaars kunnen er hun hart ophalen, want er worden regelmatig zeldzame soorten gezien zoals de rots winterkoning, klokvogel, blauwe eend, geweervogel en grijze kiwi.

Bezienswaardigheden in het park

Het gebied is ideaal voor wandelaars. U kunt kiezen voor een korte of een lange, een gemakkelijke of een zware wandeling, maar in alle gevallen dient u rekening te houden met het veranderlijke klimaat. Ook zijn de wandelroutes niet altijd duidelijk gemarkeerd, dus het is zaak dat u vóór aanvang van de tocht in het bezoekerscentrum in Arthur’s Pass Village laat weten waar u van plan bent heen te gaan. Een heel mooie wandeling is die vanaf Highway 73 door de bossen naar de mooie Bealey Valley. Heen en terug bent u ongeveer vier uur onderweg. Veel korter maar niet minder interessant is de Dobson Nature Walk (ca. 30 minuten) op de top van Arthur’s Pass. In de periode van november tot februari bloeien hier veel alpiene en subalpiene planten. Vanaf Highway 73 kunt u ook naar de 131 meter hoge waterval Devil’s Punchbowl wandelen (ca. 1 uur) of naar Temple Basin aan de voet van Mount Temple. In de wintermaanden wordt hier geskied. In totaal zijn er zes skipistes langs Highway 73. Volop mogelijkheden om te wandelen, te fietsen en te picknicken zijn er ook in het Craigieburn Forest Park. Vissen kunt u in Lake Pearson, rotsklimmen in Castle Hill en grotten verkennen in Cave Stream. Centraal in het gebied ligt het dorpje Arthur’s Pass Village op een hoogte van 924 meter en op ca. 5 kilometer ten oosten van de gelijknamige top. Dit plaatsje, dat verrassend veel weg heeft van een Zwitsers bergdorp, bereikt u via Highway 73 of per trein, want er is hier een halte van de befaamde TranzAlpine Express tussen Christchurch en Greymouth. Het dorp is oorspronkelijk een tentenkamp geweest voor wegenbouwers die rond 1865 onder zeer zware omstandigheden de weg door de bergen aanlegden en voor tunnelbouwers die in 15 jaar tijd de ruim 8 kilometer lange Otira-tunnel ten westen van Arthur’s Pass hebben gebouwd. Het hoofdkwartier van het Arthur’s Pass National Park en het Park Visitor Centre zijn er gevestigd en veel wandelaars, bergbeklimmers en skiërs gebruiken het als startpunt van hun tochten. Er is beperkte hotel/motelaccommodatie.

Bereikbaarheid

Het Arthur’s Pass National Park is gemakkelijk bereikbaar via de West Coast Road (Highway 73) vanuit Christchurch en langs de plaatsen Darfield, Sheffield en Springfield in de Canterbury Plains. Van Christchurch naar Arthur’s Pass Village bedraagt de afstand 154 kilometer. De weg eindigt in Kumara Junction aan de westkust ten zuiden van Greymouth en is ca. 230 kilometer lang. De TranzAlpine Express volgt vanuit Christchurch ongeveer dezelfde route, maar rijdt vanaf Arthur’s Pass via een ander traject naar Greymouth.